suzanna
 jansen

De zuivere lijn

Sint-Petersburg/Moskou, december 2001 

In de hoge, ruime studio staan zeven meisjes aan de barre. Hun gezichten zijn geconcentreerd, de spieren gespannen. De thermometer geeft acht graden aan maar dat lijkt de balletleerlingen niet te deren. Tendu, plie, tendu, en één en twee en drie. Ze reiken met hun tenen, kantelen hun hoofd, heffen hun armen. Met een verveeld gezicht produceert de pianiste de bijbehorende deuntjes. ,,Kunnen die benen niet hoger'', vraagt docente Ljoedmila Kovaljova. Vanaf een portret aan de afbladderende muur kijkt Michail Fokine, choreograaf, als een beschermheilige op de meisjes neer.

Dit is niet zomaar een balletschool. De Vaganova-academie in Sint-Petersburg, op een steenworp afstand van het Winterpaleis, heeft een indrukwekkende geschiedenis. Anna Pavlova, Rudolf Noerejev, Natalja Makarova vele talenten leerden hier hun uiterste precisie en dramatische uitstraling. Marius Petipa maakte voor hen zijn Zwanenmeer, Notenkraker en Sleeping Beauty. Dit was de bron van Les Ballet Russes, het rondreizende gezelschap dat begin twintigste eeuw het aangezicht van de dans veranderde, met Fokine (1880-1942) van De stervende zwaan, George Balanchine (1904-1983) die het New York City Ballet oprichtte en de fabelachtige hoogspringer Vaslav Nijinski (1888-1850). In dit instituut ontwikkelde Agrippina Vaganova (1879-1951) haar ijzeren lesmethode, die nu in grote delen van de wereld, ook in Nederland, als basis geldt voor het klassieke ballet.

Opmerkelijk genoeg lijkt de dansacademie niet aangetast door het verdwijnen van de Sovjet-Unie. Bij de opleiding van klassieke dansers loopt Rusland nog altijd voorop. Het Sint-Petersburgse Kirov Ballet en het Moskouse Bolsjoj Ballet met hun romantisch-klassieke repertoire trekken in binnen- en buitenland gegarandeerd volle zalen. De vraag dringt zich op: hoe komt het dat Russische balletscholen, de Vaganova-academie voorop, een permanente stroom van de beste dansers blijven leveren? Wat is het geheim van de Russische dans?

Ljoedmila Kovaljova lijkt de aangewezen persoon om deze vragen aan voor te leggen. Al jaren geldt ze als een van de beste docenten op de Vaganova-school. Tijdens de zomermaanden wordt ze wereldwijd gevraagd voor masterclasses, ze reist naar Japan, de VS, Europa. Ze is zelf danseres geweest, en leerde in Sint-Petersburg het vak. Ze danste bij het nauw aan de academie verbonden Kirov Ballet, in Rusland 'Mariinski' geheten.

Kovaljova is bereid tot een gesprek, maar woorden zijn niet haar taal. Liever laat ze zíen hoe ze 'haar' meisjes traint.

Op een kille junidag in de examenweek verzamelt zich een groepje zenuwachtige ouders in het voorportaal. Dezer dagen wordt beslist welke leerlingen afvallen in de race naar de top. Van de 55 tienjarigen die tot de eerste klas worden toegelaten moet meer dan de helft voor het eind van de acht jaar durende opleiding afhaken. En slechts vijftien procent van de eersteklassers bereikt het einddoel: een plaats bij het Kirov Ballet.

Ljoedmila Kovaljova verschijnt twee minuten voor het begin van haar les. Snel verwisselt ze haar laarzen voor een paar pumps en stapt in de lift. ,,Eerst even roken,'' zegt ze. De lange gang is nauwelijks verlicht. In de rookkamer voor docenten, met niets meer dan een versleten bankstel en een tafeltje, zit een pianiste in haar bontjas te kleumen. Kovaljova zoekt naarstig naar een schoon kopje. Er komt bruinig water uit de thermoskan. ,,Nee, goede omstandigheden hebben we hier natuurlijk niet,'' zegt ze.

In de studio is haar klas zich al aan het opwarmen: het ene meisje trekt haar been naast haar oor, het andere probeert een ingewikkelde pas onder de knie te krijgen. Zodra de docente binnen komt gaan ondanks de lage temperatuur de truien uit. Iemand sproeit water over de houten vloer die schuin naar links afloopt.

,,Ira, meisje, als jij nu eens drie kilo afviel, dan zou je er pas mooi uitzien. En jij Masja, dat been gaat niet vanzelf de lucht in, trek er eens wat harder aan.'' Kovaljova komt rustig op gang. Haar klas heeft het jaarlijkse examen klassiek ballet al achter de rug, ze wil niet te veel van ze vergen. Ze heeft een van 'haar' meisjes moeten wegsturen. ,,Verschrikkelijk,'' zegt ze uit de grond van haar hart, ,,maar ze kon het gewoon niet bijhouden.''

De pedagoge kijkt kritisch naar elke pas. Ineens valt Kovaljova uit tegen de lange Natalja. ,,Je heupen zijn niet uitgedraaid. Waarom doe je dat na vijf jaar nog steeds fout. Je kunt het niet? Dan hoef je hier net zo goed niet te komen. Alles kun je, als je het maar elke dag probeert.'' Natalja probeert het, nog eens en nog eens. Tranen blinken in haar ogen. De pedagoge besluit het anders aan te pakken. Ze loopt naar de jonge danseres toe, kneedt haar letterlijk in de gewenste vorm en zo, in de houdgreep, moet ze de oefening nog eens herhalen, terwijl Kovaljova haar zachtjes bemoedigend toefluistert.

'Je moet elke leerling op zijn eigen manier aanpakken. Het moeilijkst van mijn vak is te zorgen dat je de individualiteit niet kapot maakt,' legt ze later uit.

Het mag allemaal waar zijn, maar deze uitleg verklaart nauwelijks het Russische balletsucces: overal ter wereld zijn bekwame dansdocenten en getalenteerde leerlingen. Terwijl Kovaljova iets begint te mompelen over het grote aantal Russen waardoor de school streng kan selecteren, neemt Pjotr het woord. De extraverte dansdocent zegt dat hij het antwoord wel weet. ,,Ik was laatst in Stockholm, wat een provincie zeg!'' roept hij snuivend van chauvinisme. ,,Het Zweedse ballet stelt niets voor.'' Kopenhagen? Amsterdam? Hij geeft er regelmatig les, maar is niet bijster onder de indruk. Wat is het verschil? Pjotr spreidt zijn armen: ,,Rusland is groot, al onze podia zijn groot. We maken grote stappen, gebruiken de ruimte. Maar Denemarken, dat is net een poppentheater.''

Uiteraard speelt ook het aanzien van ballet een grote rol, daarover zijn de pedagogen het eens. In de Sovjet-Unie was een solist een nationale held van bijna dezelfde proporties als een kosmonaut: een pronkjuweel waarmee het arbeidersparadijs zijn superioriteit aan de rest van de wereld kon tonen. Kovaljova: ,,Nog altijd hopen alle ouders dat hun zoon of dochter balletdanser wordt.''

Ze wijst op de gewoonte om talent systematisch uit de samenleving te zeven. Terwijl men in het westen wikt en weegt of het wel verantwoord is om jonge kinderen bloot te stellen aan het strenge regime van balletlessen, is die vraag in Rusland geheel niet aan de orde. Merkt een onderwijzer dat een leerling muzikaal gevoel heeft, dan worden de ouders erop geattendeerd dat balletles geboden is.

Zelfs de beperkingen onder het communisme hebben volgens de pedagoge, 'ondanks alles', de Russische dans versterkt. De kameraden verhieven 'de smaak van het volk' tot norm, dus abstracte kunst en ge√ęxperimenteer waren taboe. Voor sommige dansers was dat zo benauwend dat ze naar het westen vluchtten. Rudolf Noerejev als eerste in 1961, daarna Natalja Makarova (1970), Michail Barysjnikov (1974). Voor wie bleef, restte maar een weg: perfectioneren van wat was toegestaan. Zo bleef de traditie geconserveerd. ,,Ook nu de grenzen open zijn moeten we vasthouden aan die lijn,'' zegt Ljoedmila Kovaljova, ,,want daarin schuilt onze kracht.''

Dat die standvastigheid ook internationaal wordt gewaardeerd, blijkt nog eens als er twee Japanners de rookkamer binnenstappen. De Japanners zijn gekomen met een missie: ze proberen voor hun beste leerling een plaatsje te verwerven op de Vaganova-academie. ,,Ze is welkom in New York en Londen, maar wij willen voor haar alleen Sint-Petersburg,'' zeggen de Japanners. Gevraagd naar de reden zoeken ze glimlachend naar woorden, en zeggen tenslotte: ,,Vaganova.''

In de rookkamer wordt instemmend geknikt: natuurlijk, nergens wordt de Vaganova-methode beter gedoceerd dan bij hun. Agrippina Vaganova ontwikkelde haar lesmethode immers hier. Als gepensioneerde danseres kreeg omstreeks het revolutiejaar 1917 de leiding van de Keizerlijke Balletschool die al in de achttiende eeuw was opgericht. Ze begon met het opzetten van een eenduidig systeem voor danstraining, iets dat tot die tijd nergens bestond. De methode, die inmiddels in veel landen wordt gebruikt, is op een wetmatige leest geschoeid: van elke beweging die in de eerste klas aan bod komt is bekend waarvoor hij in de achtste klas zal dienen, zodat er geen tijd verloren gaat met overbodige oefeningen.

Het op peil houden van die kwaliteit was de laatste tien jaar overigens geen sinecure. Met de val van de Sovjetunie werd ook de keerzijde van het vasthouden aan traditie zichtbaar: stilstand. Het redden van de Russische dans bleek in de turbulente jaren negentig afhankelijk van individuen. De artistiek leider van het Kirov Ballet durfde als eerste nieuwe werken op het repertoire te zetten - Maurice Béjart, George Balanchine - en haalde het gezelschap en de school zo uit de creatieve impasse.

Het Moskouse Bolsjoj Ballet daarentegen liet alles bij het oude. Voor sommige van de beste dansers, die overal ter wereld werden gevraagd, was dat een reden om te vertrekken. En hoewel die situatie inmiddels is verbeterd, sleept het gezelschap zich nog steeds voort van de ene directiecrisis naar de andere.

Ook de Moskouse dansacademie raakte in het slop. Ondanks de veranderingen in de buitenwereld bleef de school tot deze zomer onder leiding staan van sovjetdame Sofia Golovkina, die de tachtig al ver was gepasseerd. Ze had altijd op goede voet gestaan met de macht, en liet familieleden van partijleider Brezjnjev en de zijnen tot de lessen toe. Ze is Sovjet-achtig onbenaderbaar.

Maar Aleksandr Bondarenko is wel bereid tot een gesprek. De Moskouse balletpedagoog, leraar van de nieuwste hoogspringer van het Bolsjoj Ballet, Andrei Uvarov, is zich al aan het voorbereiden op zijn zomertournee. Net als Kovaljova verdient hij in Rusland niet genoeg om van te leven, dus gaat hij elke vakantie in op uitnodigingen om masterclasses te geven in het buitenland. Dit jaar staan Denemarken en de VS op het program.

Het lichte, moderne dansgebouw, vlakbij het voormalige hoofdkantoor van de Communistische Partij, lijkt in niets op de statige, vervallen Vaganova-academie. Op een zaterdagochtend moet je er over de meisjes heenstappen die in de gangen op de grond hun spieren liggen te rekken.

Hier is het een oranje tuingieter waarmee de studiovloer wordt besproeid tegen het uitglijden, in plaats van de petfles met gaatjes in Sint-Petersburg. De klas van Bondarenko, jongens van zestien, traint voor het jaarlijkse examen. Op het laatste nippertje rent er nog een leerling binnen, die nonchalant zijn mobiele telefoon op de vleugel legt. Twaalf onwillige lichamen proberen zich in het stramien van de oefeningen te wringen. Ze hebben er veel meer moeite mee dan de meisjes van Kovaljova. Bondarenko: ,,Jongens ontwikkelen zich later. Ze hebben nu nog geen controle over hun lichaam, maar in de komende twee jaar zal dat ineens veranderen.'' Pas als ze mogen springen - bij sommigen is het bijna vliegen - zie je wat hij bedoelt. ,,Van deze twaalf worden er negen goed, en twee heel goed,'' voorspelt de docent. De jongen met de mobiele telefoon hoort wat hem betreft bij de verliezers. ,,Die wil niet. Hij doet niet eens zijn best.''

Het is de moeder van deze jongen die na de les op Bondarenko staat te wachten. ,,En, hoe gaat het?,'' vraagt ze gespannen. De pedagoog noemt iets van 'betere coördinatie aan de linkerkant', en 'zijn wervels komen misschien nog op hun plaats.' Dan durft de moeder tot de kern te komen: 'Wat denkt u, hoe zal het examenresultaat zijn?' De leraar besluit niet om de hete brij heen te draaien. 'Een matige score met slecht vooruitzicht,' zegt hij. De moeder houdt zich dapper. 'Geeft u hem alstublieft nog wat extra lessen,' smeekt ze. 'Hij wil zo graag.' Uit haar handtas pakt ze een envelop-met-inhoud, maar Bondarenko schudt van nee, niet nu.

'Je moet hard zijn,' zegt de pedagoog nadat hij zich vriendelijk maar resoluut heeft omgedraaid. 'Weet je wat het verschil is met het buitenland? Daar zijn ze niet hard genoeg, ze houden zich niet aan de zuivere lijn. Hoe kun je nu de top bereiken als je genoegen neemt met minder dan perfectie, omdat het misschien pijn doet?''

Uiteindelijk is het een ex-balletleerling die de crux van het Russische ballet in een woord weet samen te vatten: ,,Totalitarisme,'' zegt hij, en vraagt meteen of zijn naam uit de krant kan blijven. Alleen in een totalitair systeem kunnen leraren zoveel discipline en onderworpenheid eisen. Alleen in zo'n regime kun je natuurlijke veranderingen tegenhouden. ,,De Russische balletwereld is een eiland waar de Sovjetunie voortleeft,'' zegt hij. ,,En dat is niet per se negatief: alleen op die manier is het topballet behouden.''

 

Gepubliceerd in De Morgen en NRC Handelsblad

Andere artikelen