suzanna
 jansen

Héérlijk alles van je afschrijven!

‘Het lijkt me geweldig als je kunt schrijven!’

Die opmerking hoor ik vaak.

‘Zo heerlijk om alles van je af te schrijven!’

Ik knik dan vriendelijk en zeg dat ik schrijven eigenlijk helemaal niet zo makkelijk vind. Volgt een lach: dat nemen we niet serieus van zo’n succesvol schrijfster! Waarna ik achterblijf met het idee dat ik een rare ben. Want ja, de boeken die ik heb geschreven zijn gekocht, gelezen en gewaardeerd. Dat is fantastisch. Maar eerlijk gezegd zie ik daar niets vanzelfsprekends in.

U moest eens weten hoe ik tot mijn teksten ben gekomen. De gruwelijke onzekerheid die erbij hoort als je iets wil creëren. Voor mij in elk geval. Want ik vind schrijven helemaal niet ‘heerlijk’. Het grootste deel van de tijd weet ik zeker dat alles wat ik opschrijf te mager is, te weinig bijzonder, en dat er hoe dan ook niemand op zit te wachten.

En nee, dat is geen valse bescheidenheid. Was het maar waar.

Er zijn slechts twee fases in het schrijfproces waar ik van hou.

De naïve fase, de eerste, die waarin een nieuw, verrukkelijk idee nog onbezoedeld is en ik vrijuit mijn nieuwsgierigheid kan volgen. Er is nog geen twijfel opgedoken dat het idee misschien toch niet zo briljant/origineel/spectaculair/onmogelijk is.

En de laatste, waarin ik het hele verhaal eindelijk op papier heb en kan gaan lezen waar het eigenlijk over gaat. Om daarna al het overbodigs te schrappen. De fase van de opluchting. Ronduit.

Doorgaans heb ik een jaar of vier, vijf nodig om een boek te maken. De eerste fase beslaat een paar maanden, de laatste zo’n half jaar. De rest is dus niets meer en niets minder dan ploeteren in de duisternis met als enige opdracht: niet opgeven.

Dat u het weet.

Dit is mijn eerste blog. Vanaf nu zal ik proberen u af en toe iets te vertellen over het schrijven van mijn nieuwe boek. Wilt u op de hoogte blijven, schrijf u in voor mijn nieuwsbrief: mail @ suzannajansen.nl. Reacties zijn welkom.